Jacques Perk

Eerste aanblik

En peinzend zie 'k uw zeeblauwe ogen pralen
waarin de zachtheid kwijnt, de liefde droomt,
en weet niet wat mij door mijne âren stroomt:
ik zie naar u en kan niet ademhalen.

Een gouden waterval van zonnestralen
heeft nooit een schoner aangezicht bezoomd . . .
't Is of me een engel heeft verwellekoomd,
die met een paradijs op aard kwam dalen.

'k Gevoel mij machtig tot u aangedreven
en buiten mij. 'k Was dood, ik ben herrezen
en voel mij tussen zijn en niet-zijn zweven.

Wat hebt gij, toveres, mij goed belezen!
Aan u en aan uwe ogen hangt mijn leven:
een diepe rust vervult geheel mijn wezen.